Home van Bijbeluitleg

Heeft de Gemeente het eerstgeboorterecht van Efraïm?

Inleiding

Een van de zaken die nogal op verschillende manieren meermalen over lange tijd door verschillende Bijbelleraren wordt verkondigd is dat de Gemeente, het Lichaam van Christus voortkomt uit een verloren deel van Israël, dat door hen genoemd wordt, de verloren tien stammen. Deze boodschap wordt door geen van de apostelen onderschreven, maar toch er is menig bijbelleraar van overtuigd dat de Paulus er wel van wist maar, maar er niet over mocht schrijven (!). Een van de belangrijkste onderbouwing voor de leer wordt gevonden in het verband tussen het eerstgeboorterecht van Efraïm en dat van de Gemeente. Maar het is voor de gelovige goed om te onderzoeken of deze dingen alzo zijn (Handelingen 17:11). Want dat verband bestaat niet, als men alles naast elkaar legt. Hier volgt een onderzoek naar het eerstgeboren zijn en het eerstgeboorterecht van Efraïm en de Gemeente, voor zover dat dan ook werkelijk bestaat.

Het eerstgeboorterecht van Efraïm

Alvorens direct naar de teksten te gaan, die over het eerstgeboorterecht spreken van Efraïm, is het van belang om te kijken naar wat deze naam Efraïm impliceert. M.a.w. wie wordt er mee bedoeld.
Ten eerste is Efraïm de naam van de jongere broer van Manasse en zijn zij beide een zoon van Jozef. Sinds Jozef weer tot de familie terug is gekeerd, worden zijn beide zonen als een der stammen gerekend. En daarmee is Efraïm een van de 12 stammen:
de Statenvertaling online
Jozua 14:4
Want de kinderen van Jozef waren twee stammen, Manasse en Efraïm ; en aan de Levieten gaven zij geen deel in het land, maar steden om te bewonen, en derzelver voorsteden voor hun vee en voor hun bezitting.


Efraïm is dus één van de 12 stammen die een deel in het land krijgen.
Echter, de naam Efraïm wordt ook gebruikt voor het Noordelijke rijk, het deel wat in de boeken Koningen en Kronieken genoemd wordt: Israël. Dit als onderscheid van Juda, die het zuidelijke rijk vertegenwoordigde.
Wanneer we de profetien van Jesaja, Hosea, Ezechiel en Jeremia lezen, dan vinden we meermalen dat de naam Efraïm toegepast wordt op het noordelijke rijk, zoals de naam Juda dan wordt toegepast op het zuidelijke (Ezechiel 37:16).

Bij de naam Juda kan hetzelfde onderscheid gemaakt worden, het kan spreken over een van de stammen, of over een deel van het rijk.

Deze keuze van de naam Efraïm voor het ene rijk en de naam Juda voor het andere rijk zou kunnen voortkomen uit het feit dat de eerste koning (Rehabeam) over het zuidelijke rijk uit Juda kwam en de eerste koning (Jerobeam) over het Noordelijke rijk uit Efraïm kwam. Efraïm wordt op twee plaatsen in verband gebracht met het eerstgeboorterecht. Namelijk op de volgende plaatsen:
de Statenvertaling online
1 Kronieken 5
1 ¶ De kinderen van Ruben nu, den eerstgeborene van Israël; (want hij was de eerstgeborene; maar dewijl hij zijns vaders bed ontheiligd had, werd zijn eerstgeboorterecht gegeven aan de kinderen van Jozef, den zoon van Israël; doch niet alzo, dat hij zich in het geslachtsregister naar de eerstgeboorterecht rekenen mocht; 2 Want Juda werd machtig onder zijn broederen, en die tot een voorganger was, was uit hem; doch de eerstgeboorterecht was van Jozef.) 3 De kinderen van Ruben, den eerstgeborene van Israël, zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi.

In deze teksten is duidelijk te onderscheiden dat Ruben de eerstgeborene bleef van Jakob (Israël), maar dat het eerstgeboorterecht niet bij hem bleef en gegeven werd aan Efraïm en Manasse. Uit het eerstgeboorterecht kwam niet voort dat Efraïm en Manasse een machtige rol zouden spelen met een voorganger, want het was Juda die die positie vervulde.

Welk voordeel de zonen van Jozef hebben aan dit eerstgeboorterecht wordt niet nader toegelicht, maar wanneer we kijken naar Genesis 48:14, dan blijkt dat de eerstgeborene recht heeft op de grootste zegen. Het eerstgeboorterecht wat deze broers hebben is ten opzichte van de overige broers en dus een betekenis heeft voor de stammen onderling. Ook is duidelijk dat Efraïm en Manasse samen delen in het eerstgeboorterecht. De opmerking over Juda betekent dat het niet enkel over de broers gaan, maar ook hoe ze zich als stammen t.o.v. verhouden.

Onder de broers is Efraïm niet een eerstgeborene, want dat blijft Ruben. Toch wordt Efraïm elders in verband gebracht met het eerstegeborene zijn, namelijk in de Profetieën van Jeremia:
de Statenvertaling online
Jeremia 31:9
Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm is Mijn eerstgeborene.

In 1 Kronieken 5 staat geschreven dat Efraïm NIET de eerstgeborene was, maar enkel het eerstgeboorterecht had samen met Manasse.
Hier in Jeremia is Efraïm opeens wel de eerstgeborene. Dit komt omdat hier in Jeremia ook niet gaat om het eerstgeboorterecht onder de stammen van Jakob, zoals in 1 Kronieken 5, maar om een eerstgeborene zijn van God.
God heeft eerder uitgesproken dat een volk zijn eerstgebore is, en dat in Exodus 4.
de Statenvertaling online
Exodus 4
22 Dan zult gij tot Farao zeggen: Alzo zegt de HEERE: Mijn zoon, Mijn eerstgeborene, is Israël. 23 En Ik heb tot u gezegd: Laat Mijn zoon trekken, dat hij Mij diene! maar gij hebt geweigerd hem te laten trekken; zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene doden!

Het volk Israël wordt door God Zijn eerstgeborene genoemd, toen het nog in Egypte was. In Jeremia zegt God ook nog steeds dat Israël zijn zoon is en dat Efraïm zijn eertgeborene is. Wanneer mem de context van Jeremia 31 in acht neemt, dan ontdekt men dat het niet anders kan dan dat ook hier Efraïm wordt gebruikt als synoniem voor de naam Israël. De naam Israël en Efraïm worden door Jeremia beide toegepast op het Noordelijke rijk in zijn dagnen. In twee verzen eerder, staat namelijk:

de Statenvertaling online
Jeremia 31
7 Want zo zegt de HERE: Jubelt van vreugd over Jakob, juicht om het hoofd der volkeren, verkondigt, looft en zegt: de HERE heeft zijn volk verlost, het overblijfsel van Israël.

Dus in twee verzen eerder wordt nog expliciet aangegeven dat Jakob het hoofd is van de volkeren. Als Israël de eerstgeborene is van God, dan is zij dat als volk en is zij dat t.o.v. de andere volken. Efraïm heeft deze plaats niet ingenomen, want dat zou in tegenstrijd zijn met de context. Het is nog steeds Israël die bij God als eerstbgeborene wordt gerekend t.o.v. de andere volken.

Conclusie
Efraïm als stam heeft dus als stam samen met zijn broer Manasse het eerstgeboorterecht t.o.v. van de overige stammen.
Efraïm, als vertegenwoordiger van Israël, wordt genoemd de eerstgeborene t.o.v. de overige volken.

Het eerstgeboorterecht van de Gemeente

Wat uit het voorgaande is gebleken, is dat eerstgeborene zijn en het eerstgeboorterecht hebben bij één persoon horen, maar dat ze van elkaar gescheiden kunnen worden. Het eerstgeboorterecht kan weggenomen worden (van Ruben), zonder dat het "eerstgeboren zijn" wordt weggenomen.

In de leringen aangaande de verloren stammen wordt er een link gemaakt tussen het eerstegeboorterecht van Efraïm en dat van de Gemeente. Er wordt daarmee vanuit gegaan dat Efraïm dat eerstgeboorterecht beloofd heeft gekregen, maar dat dat vervuld wordt in de Gemeente. Ten eerste is er geen schriftplaats te vinden waar deze belofte gedaan wordt en dus moet de lering al direct in twijfel worden getrokken. Ten tweede is er geen schriftplaats te vinden waarin staat dat de Gemeente het eerstgeboorterecht heeft en dus wordt daarin geen onderbouwing gevonden voor deze leer. Ten derde heeft Efraïm het eerstgeboorterecht samen met Manasse en is dit t.o.v. van de overige stammen en dit dit eerstegeboorte. Dat de Gemeente niet één der stammen is bepaald dus nogmaals dat er geen enkel verband tussen beide is op dit vlak.
De Gemeente heeft niks van doen met dit eerstegeboorte, omdat de Gemeente niet een zoon van Jakob is en dus niet t.o.v. van de overige stammen een eerstgeboorterecht kan hebben. De lering vergelijkt dan ook appels met peren.

Het eerstgeboorterecht wat tot de Gemeente zou behoren, wordt niet gevonden in de schrift. De term wordt enkel genoemd in Hebreeen 12:16 en daar wordt gesproken over het recht van eerstgeboorterecht van Ezau, die het weggaf aan zijn broer. Daarentegen wordt de term "eerstgeborene" of "eerstgeborenen" wel een aantal malen gevonden in het Nieuwe Testament. Deze schriftplaatsen spreken in de eerste plaats over Christus:
  • Hij is de Eerstgeborene van Maria (Mattheus 1:25, Lukas 2:7)
  • Hij is de Eerstgeboren onder vele broeders (Romeinen 8:29)
  • Hij is de Eerstgeborene uit de doden (Kolossenzen 1:18, Openbaring 1:5)
  • Hij is de Eerstgeborene van alle schepselen (Kolossenzen 1:15)
  • Hij is de Eerstgeborene van God de Vader (Hebreeen 1:6)`

    Wanneer er echter over de Gemeente, het Lichaam van Christus, wordt gesproken wordt nergens uitgesproken dat deze Gemeente ook zelf een eerstgeboren volk is, zoals Israël wel was (Exodus 4:22). Er zijn wel teksten aan te wijzen dat wij wel degelijk delen in de positie van eerstelingen. In Hebreeen 12 wordt uitgesproken dat wij deel zijn geworden aan de Gemeente van eerstgeborenen, waarmee niet gezegd wil zijn dat wij ook daadwerkelijk eerstgeborenen zijn. Maar in Jakobus lezen wij het volgende:
    de Statenvertaling online
    Jakobus 1
    18 Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord der waarheid, opdat wij zouden zijn eerstelingen Zijner schepselen.

    De term Eersteling wordt in het oude testament toegepast op de eerste vruchten van het land, die aan de Heere geofferd worden. In het Nieuwe Testament, wordt ten eerste Christus zo genoemd (1 Korinthe 15:20-23) in verband met de opstanding uit de doden. Maar ook gelovige Israëliet in onze dagen wordt genoemd een eersteling (Rom 11:16). En ten einde blijkt een Gemeentelid dus een eersteling te zijn van Gods schepselen (Jakobus 1:18) .

    Men zou de conclusie kunnen trekken dat de Gemeente dus als volk een eerstgeborene is ten opzichte van de overige schepselen, omdat de Gemeente bestaat uit eerstelingen. Echter, expliciet wordt dit aan de Gemeente niet toebedeeld. Hier moet men uiterst voorzichtig in zijn omdat het stoelt op redenatie en toch wordt deze conclusie gebruikt als onderbouwing voor de leer dat de Gemeente ook het eerstegeboorterecht heeft.

    Nu is de grote vraag of het of het eersteling zijn van de gelovige van onze tijd van doen heeft met het eerstgeboren zijn van Efraïm (Israël). Efraïm (Israël) was de eerstgeborene van God (Jer 31), omdat het volk door God was uitgekozen uit alle volken op aarde (Exodus 7:6). Dit deed God uit liefde voor Israël en op grond van de belofte aan de vaderen (Exodus 7:8). Wij zijn niet een eersteling t.o.v. van de overige volken, maar eerstelingen t.o.v. de schepselen. IN Christus zijn wij een Nieuw Schepsel geworden(2 Korinte 5:17). En wij zijn dat als eerste t.o.v. van de overige schepselen. Ons eersteling zijn heeft verband met de Nieuwe Schepping en het eerstgeborene zijn van Israël heeft van doen met de huidige schepping.

    Het onderscheid kan dus gemaakt worden dat Efraïm (Israël) het eerstgeboren volk van God is t.o.v. de overige volken van deze oude schepping en dat de Gemeente bestaat uit de Eersteling Christus en de de eerstelingen van God t.o.v. van de overige schepselen van de nieuwe schepping.

    Door een verband te leggen tussen de eerstgeborene Israël (Efraïm) en de eerstgeboren in de Gemeente, ziet men over het hoofd dat de Gemeente juist uit een heel ander soort eerstelingen bestaat, namelijk van de Nieuwe Schepping. Dat wij eerstgeborenen zijn van Gods schepselen hebben wij ook niet ontvangen op grond van afstamming van Israël. Nee, Jakobus zegt dat God ons gebaard door het Woord van de waarheid (Jakobus 1:18). En door het geloof in Gods Woord zijn wij deel geworden van Christus en dus van de Nieuwe Schepping. Of wij afstammen van Israël of niet, doet er niet toe, want het evangelie is kracht van God tot redding van beide de Jood en de Griek (Romeinen 1:16-17). En dus is er ook qua afstamming geen verband tussen ons eersteling zijn en het feit dat Israel de eerstegeborene is van God.

    Bovenstaande studie gaat niet in op alle details van het eerstgeboorterecht en hoe de Bijbel daarover spreekt. Een uitgebreide studie hierover is te vinden op
    " Op grond van de Bijbel.nl":

  • "Studie deel 1"
  • "Studie deel 2"
  • "Studie deel 3"
  • "Studie deel 4"