![]() |
Éfeze 5:8 Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts. |
Onze staat (=positie) volgens Efeze 5:8:
Onze toestand (=wandel) volgens Efeze 5:8
De staat van een christen |
|-| | De toestand van een christen |
En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht. |
Daarom, nalatende het beginsel der leer van Christus,laat ons tot de volmaaktheid voortvaren, niet wederom leggende het fondament van de bekering van dode werken, en van het geloof in God. |
|
Zovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren. |
Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben. |
|
In welken wil wij geheiligd zijn, door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal. |
En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus. |
|
Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter. |
Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen. |
|
Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen. |
Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt , maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere. |
|
Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, vóór de tijden der eeuwen; |
Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven; |
|
Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn. |
Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken. |
|
En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus; |
Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden. |
|
Gij zijt allen kinderen des lichts, en kinderen des daags; wij zijn niet des nachts, noch der duisternis. |
Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn. |
|
Hierin is de liefde bij ons volmaakt, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben in den dag des oordeels, namelijk dat gelijk Hij is, wij ook zijn in deze wereld. |
Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft. |