Home van Bijbeluitleg

De voetwassing

Inleiding

In het Johannes Evangelie lezen we een beschrijving van de Here Jezus in zijn omwandeling hier op aarde als voorafschaduwing van de Opgestane Here Jezus Christus onze Hogepriester. In hoofdstuk 17 komt dit het sterkst tot uitdrukking in het gebed van de Here Jezus, hetwelk daarom ook het Hogepriesterlijk gebed wordt genoemd. Misschien wat minder bekend is de voetwassing in Johannes 13, wat ook een uitbeelding is van het werk van onze Hogepriester tegenwoordig.

de Statenvertaling online

Johannes 13

1 En voor het Paasfeest, toen Jezus wist, dat zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader,
heeft Hij de zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde.
2 En onder de maaltijd, toen de duivel reeds Judas, Simons zoon Iskariot, in het hart had gegeven Hem te verraden,
3 stond Hij, wetende, dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heenging, van de maaltijd op,
4 en Hij legde zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede.
5 Daarna deed Hij water in het bekken en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met de doek,
waarmede Hij omgord was.
6 Hij kwam dan bij Simon Petrus. Deze zeide tot Hem: Here, wilt Gij mij de voeten wassen?
7 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het later verstaan.
8 Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid! Jezus antwoordde hem:
Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij.
9 Simon Petrus zeide tot Hem: Here , niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd!
10 Jezus zeide tot hem: Wie gebaad heeft , behoeft zich alleen de voeten te laten wassen, want hij is geheel rein;
en gijlieden zijt rein, doch niet allen.
11 Want Hij wist, wie Hem verraden zou ; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.
12 Toen Hij dan hun voeten gewassen had en zijn klederen aangedaan en weder plaats genomen had, zeide Hij tot hen:
Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?
13 Gij noemt Mij Meester en Here , en gij zegt dat terecht, want Ik ben het.
14 Indien nu Ik, uw Here en Meester , u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen;
15 want Ik heb u een voorbeeld gegeven , opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.
16 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer , noch een gezant boven zijn zender.
17 Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet.

De uitbeelding van Hogepriester

Op het moment dat de Here Jezus opstaat van de maaltijd omgord Hij zich met een linnen doek. Het vermelden dat de doek van linnen was, geeft meteen een verwijzing aan. Dit verwijst direct naar de hogepriester onder het oude verbond die een linnen efod aanhad voor de dienst in de tabernakel.
de Statenvertaling online
Exodus 28:6
6 En zullen den efod maken van goud, hemelsblauw, en purper, scharlaken en fijn getweernd linnen,
van het allerkunstelijkste werk.

In de Hebreeenbrief worden de zaken aangaande de tabernakel een schaduw der toekomende dingen genoemd.
Die hogepriester in het oude testament is een voorafschaduwing van onze Hogepriester die nu dienst doet in de ware tabernakel, bij God
Dit kunt u nalezen in Hebreen 8,9 en 10.
de Statenvertaling online
Hebreen 8:2
2 Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welken de Heere heeft opgericht , en geen mens.

De verwijzing die de Here Jezus geeft met de woorden: “Wat ik doe, dat weet nu gij niet, maar gij zult het later verstaan” (7), geven aan dat wat de Here Jezus deed dus een teken was van iets wat ze later pas zouden verstaan. De Here Jezus zegt dat wie gebaad heeft geheel rein is en nog enkel van node heeft dat hem de voeten gereinigd moeten worden (10). Dit gaat niet over de letterlijke reinheid, maar om een Geestelijke reinheid.
Met de verwijzing naar de toekomst en deze woorden wordt duidelijk gemaakt dat het om een teken gaat.


Reiniging door de Hogepriester

Petrus protesteert als de Here Jezus de voeten van zijn discipelen aan het reinigen is met water. Petrus stelt meteen dat hij dan op meerdere plaatsen gereinigd wil worden, maar dat is niet mogelijk, omdat als je deel aan de Heer hebt, je al geheel rein bent. Echter moeten enkel de voeten gereinigd worden. De Here Jezus zegt, wie gebaad heeft is geheel rein, dit komt ook weer terug in Hebreeën 10:22. Dit teken spreekt ook over ons, want doordat wij deel aan de Heer hebben, zijn wij geheel rein echter worden wij ook gereinigd door Hem, of misschien beter gezegd, rein gehouden. Johannes schrijft dat wij gereinigd worden door het bloed van onze Heere Jezus Christus:
de Statenvertaling online 1 Joh 1:7-9
7 Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. 
8 Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelven, en de waarheid is in ons niet.  
9
Indien
wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.  

Hij schrijft hier dat wij nu worden gereinigd van alle zonde door het bloed van Jezus Christus (tegenwoordige tijd). Dit reinigen door Zijn bloed is dus de reiniging die Hij doet als Hogepriester. Voor verdere uitleg over het bloed dat leven is en over het offer van de hogepriester, staan hier twee studies: Bloed staat voor Leven & Het offer van de Hogepriester
Dat het bloed van de Hogepriester een reinigende werking heeft in Zijn Lichaam (Dat zijn wij), is goed te begrijpen door te kijken naar ons eigen lichaam en te zien dat ons bloed ons lichaam reinigt. 

De voeten worden gereinigd

De Heere Jezus zegt dat de discipelen niet allen geheel rein zijn, maar dat toch de voeten nog gereinigd moeten worden van diegene die wel rein zijn.
Waardoor worden de voeten vies? Door wandelen op vieze grond. Worden ook wij nog steeds vies dan? Ja, doordat wij, Hemelburgers (Efeze 2), nog op deze wereld rondlopen, worden we nog steeds bevuild door zonde. Gelukkig mogen we weten dat onze wandel steeds gereinigd wordt door onze Hogepriester. Hierin is Hij getrouw en Rechtvaardig (vers 9).
Het is goed te beseffen dat wij niet zouden ontkennen dat wij zonde hebben (vers 8), maar zonden erkennen (=belijden) (vers9). Dit betekent niet dat we vergeving hoeven te vragen, maar dat we beseffen dat we gereinigd worden door de Hogepriester. In Johannes 13:8 zegt Petrus dat hij zijn voeten niet wil laten reinigen, dat is dus ontkennen dat hij vieze voeten heeft. Dat komt typologisch overeen met het zeggen dat je geen zonde hebt. Daarom moeten we het ook erkennen, zodat we deel hebben aan de reiniging van de Hogepriester. 


Dienen

Dat de Heere Jezus zijn discipelen dient door hen de voeten te wassen, is voor de discipelen net zo verbazingwekkend als voor ons. Wij willen graag onszelf reinigen en vinden het vreemd dat onze Hogepriester ons daarin zou dienen. Maar wij weten onderhand ook dat wij zelf die reiniging niet tot stand kunnen brengen. Enkel dankbaarheid blijft er over voor de Heer Jezus die er voor gekozen heeft om onze Hogepriester te worden en dus daardoor onze voeten wast. Na de voetwassing geeft de Heer Jezus hierbij ook een directe opdracht over het dienen van de discipelen onderling. Zij zouden ook elkaar de voeten wassen en deze opdracht geldt ook voor ons, wij zouden elkaar reinigen.


Elkaar de voeten wassen

Het is wederom genade van de Heere Jezus Christus dat Hij ook ons de voeten wast. Wij zouden ook deze genade uitdelen aan onze broeders en zusters door hen de voeten te wassen. Dit komt er op neer dat wij hen de zonden vergeven en niet toerekenen:
de Statenvertaling online
Kolossenzen 3:13
13 Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft;
gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.

Maar Paulus zegt het nog sterker in Eph. 4:32, waar hij oproept om genade (o.a. vergeving) uit te delen aan onze broeders en zusters
net zoals Christus dat aan ons gedaan heeft.
de Statenvertaling online
Efeze 4:32
32 Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend ,
zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft.

Dit is mogelijk doordat wij weten dat ook ons de voeten gewassen worden, terwijl wij dat niet verdienen. Zo laat ons elkaar daarin dienen en zo elkaar de zonden vergeven. Jacobus schrijft dan ook dat wij elkaar onze zonden zouden belijden. 
de Statenvertaling online
Jacobus 5 (NBG)
16 Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.

Dit zijn zonden (misdaden) die we elkaar aandoen en welke we elkaar zouden vergeven. We hoeven elkaar niet vergeving te vragen, dat zou de broeder of zuster op grond van Efeze 4 al geven, maar we zouden wel erkennen (=belijden) dat we elkaar misdaden aandoen, zodat de broeder of zuster ons de voeten kan reinigen.  

Dowload een gesproken studie door Ab Klein Haneveld over de Voetwassing hier

Interessante teksten om nog na te lezen:

de Statenvertaling online
1Johannes 5:8 (Geest, water en bloed zijn één)
8 En drie zijn er, die getuigen op de aarde, de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot een.
 
de Statenvertaling online
Hebreeën 9:14 (Wij worden gereinigd door bloed)
14 hoeveel te meer zal het bloed van Christus ,
die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft ,
ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?
 
de Statenvertaling online
Hebreeën 10:22 (Wij zijn gereinigd door water)
22 Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs,
onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water.
 
de Statenvertaling online
Johannes 15:2,3 (Reiniging van hen die rein zijn)
2 Alle rank, die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg; en al wie vrucht draagt,
die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage .
3 Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.
 
de Statenvertaling online
Johannes 20:22 (Vergeven van zonden door de discipelen)
23 Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden.
 
de Statenvertaling online
Efeze 2:19 (Hemelburger)
19 Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;