Home van Bijbeluitleg

Hem verwachten

Inleiding

Wij leven in de laatste dagen en hebben samen een verwachting die werkelijkheid zal worden, namelijk de verschijning van Onze Heere Jezus Christus. Velen vragen zich meteen af: "wanneer zal dit zijn?". Maar meermalen worden wij opgeroepen om waakzaam te blijven en Hem op elk moment te verwachten. Wij zullen het tijdstip niet expliciet weten, maar als wij waken, dan zullen we aan de tekenen herkennen dat Hij aanstaande is om te komen. De studie zal ook enige van deze tekenen toelichten, waaraan wij kunnen herkennen dat Zijn komst nabij is.

Hij zal komen zoals Hij gegaan is

Lucas schrijft in Handelingen over de opname van Christus in de Hemel, deze gebeurtenis staat bekend als de Hemelvaart.
de Statenvertaling online
Handelingen 1
9 En toen Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, dat zij het zagen, en een wolk nam Hem weg voor hun ogen.
10 En toen zij Hem nazagen, terwijl hij ten hemel voer, zie, toen stonden bij hen twee mannen in witte klederen,
11 die ook zeiden: Gij mannen van Galiléa, wat staat gij en ziet naar de hemel?
Deze Jezus, die van u opgenomen is ten hemel, zal komen, gelijk gij Hem ten hemel hebt zien varen.

De Gemeente is nog maar net ontstaan en een van de eerste beloften die gedaan wordt aan de discipelen is dat Christus net zo zal wederkeren als Hij is heengegaan. De uitspraak "gelijk gij Hem ten Hemel hebt zien varen" slaat op het feit dat Hij achter een wolk verdween en daarna verder ten Hemel voer. Sommigen achten dat Christus ook op dezelfde berg zal wederkomen en dat ook maar enkele gelovigen Hem zullen zien, zoals bij Zijn heengaan. Maar er zijn geen andere schriftgedeeltes die deze gedachtes bevestigen. De wederkomst zal dan wel in omgekeerde volgorde van het heengaan plaatshebben, maar dan meer in het eerst nederdalen van de Hemel en daarna zal de wolk verdwijnen en Hem openbaren. Of de wederkomst exact in deze volgorde plaats heeft is de vraag. Maar het kenmerk van de wolk, komen we in verband met de wederkomst vaker tegen.

De Heere Jezus legt zelf uit dat Zijn komst zal zijn op de wolken van de Hemel:
de Statenvertaling online
Markus 13
24 En in die tijd, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan haar schijnsel niet geven,
25 en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
26 En alsdan zullen zij des Mensen Zoon zien komen in de wolken met grote kracht en heerlijkheid.
27 En dan zal Hij zijn engelen uitzenden, en zal zijn uitverkorenen vergaderen uit de vier winden, van het einde der aarde tot het einde der hemelen toe.

Naast dat Hij voorzegt dat Hij komt in de de wolken, zijn er ook andere schriftgedeeltes die spreken meer over Zijn komst op de wolken of met de wolken:
de Statenvertaling online
Markus 14:62 En Jezus zeide: Ik ben het; en Gij zult des Mensen Zoon zien zitten ter rechterhand der kracht, en komen op de wolken des hemels.

Mattheüs 24:30 En alsdan zal aan de hemel verschijnen het teken van des Mensen Zoon; en dan zullen al de geslachten der aarde weeklagen, en zullen des Mensen Zoon zien komen op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid.

Mattheüs 26:64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.

Lukas 21:27 En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid.

Openbaring 1:7 Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.


Deze teksten spreken uit dat Christus nu nog in de Hemel is, maar dat als Hij komt, dat Hij komt met de wolken van de hemel. Tevens wordt hierbij vermeld dat Hij in heerlijkheid en met kracht zal verschijnen en dat elk oog Hem dan zal zien. Er zijn een aantal teksten die expliciet de heerlijkheid vermelden als onderdeel van Zijn wederkomst:

de Statenvertaling online
Mattheüs 16:27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen.

Lukas 9:26 Want zo wie zich Mijns en Mijner woorden zal geschaamd hebben, diens zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij komen zal in Zijn heerlijkheid, en in de heerlijkheid des Vaders, en der heilige engelen.


Uit deze teksten blijkt dat de engelen ook aanwezig zullen zijn op het moment dat Hij zich weer zal openbaren. Ook Paulus maakt in een van zijn brieven hier expliciet vermelding van, waarbij hij handelt over onze verdrukking en over het feit dat wij verkwikt zullen worden als Christus zich openbaart, omdat Hij dan wraak zal nemen op diegene die ons nu verdrukt.
de Statenvertaling online
2 Thessalonicenzen 1
7 En u, die verdrukt wordt, verkwikking met ons, in de openbaring van den Heere Jezus van den hemel met de engelen Zijner kracht;
8 Met vlammend vuur wraak doende over degenen, die God niet kennen, en over degenen, die het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn.
9 Dewelken zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid Zijner sterkte,
10 Wanneer Hij zal gekomen zijn, om verheerlijkt te worden in Zijn heiligen, en wonderbaar te worden in allen, die geloven (overmits onze getuigenis onder u is geloofd geworden) in dien dag.


Er zal dus een moment komen dat Christus verheerlijkt zal worden in Zijn heiligen. Op dat moment is Hij geopenbaard vanuit de Hemel met de engelen van Zijn kracht en op dat moment zullen wij verkwikt worden, indien we verdrukt worden. Deze openbaring (apo’kalupsis) van Christus, komen we vaker tegen. Enerzijds wordt het gebruikt voor openbaring in de zin van profetische woorden, en oordelen, anderzijds het openbaren van Christus, geschreven in: 1 Petrus 1:7,13 en 4:13.

Wat verwachten wij?

De tot dusver geciteerde teksten geven aan dat Christus nu in de Hemel is en dat Hij zich zal openbaren aan de wereld op een dag. Petrus zei dat de Hemel Hem moet ontvangen tot de tijd waarin alles weer hersteld zal worden ( Handelingen 3:21). Wij, gelovigen van deze bedeling, kijken uit naar die dag waarop Hij uit de Hemel zal komen:
de Statenvertaling online
Filippenzen 3
20 Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;
21 Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelven kan onderwerpen.


En met deze verwachting, verwachten wij de vervulling van de belofte aan de discipelen na de Hemelvaart, namelijk dat Hij van de Hemel zal nederdalen. En dat is ook precies wat Paulus aan de Thessalonicenzen schrijft:

de Statenvertaling online
1 Thessalonicenzen 1
9 Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om den levenden en waarachtigen God te dienen;
10 En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost van den toekomenden toorn.


Het is dus de Zoon van God, Jezus Christus, die ons zal verlossen van de toekomende toorn en dat zal Hij doen door neder te dalen uit de hemel. Wij verwachten dus niet een soort van wegrukking, maar wij zien uit naar Zijn komst naar de aarde. Hiermee wordt duidelijk dat er een samenhang is tussen zijn komst en de toekomende toorn. En dat wij dus verlost zullen worden door Hem van die toorn. Hoe die verlossing plaats zal hebben, wordt duidelijk in een paar hoofdstukken verder:
de Statenvertaling online
1 Thessalonicenzen 4
13 Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben.
14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem.
15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.
16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;

17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.


In deze verzen komt het nederdalen van de Hemel door de Heere Jezus weer terug en tevens worden de engelen en de wolken genoemd, die ook in de andere schriftgedeeltes genoemd zijn.

Uit vers 14 blijkt dat niet alleen Christus teruggebracht wordt, maar dat ook de ontslapenen met Hem teruggebracht zullen worden. De vraag is meteen, hoe dit dan plaats zal hebben. En daar geeft Paulus een duidelijk antwoord op, namelijk:
- De Heere zal nederdalen van de hemel (vs 16)
- Daarna zullen de ontslapen in de Heere eerst opstaan (vs 16)
- Vervolgens zullen diegenen, die levend overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de lucht (vs 17)
- En zo zullen we samen Hem tegemoet gaan in de lucht (vs 17)

Wij verwachten wij dus Zijn wederkomst en openbaring en met deze verwachting valt samen dat wij ook weer hen zullen zien die in Hem ontslapen zijn. Ook is gebleken dat wij bij Zijn wederkomst verlost zullen worden van de toekomende toorn.

Er zijn nu verschillende teksten geciteerd die spreken over de wederkomst van Christus. Met deze wederkomst hangt samen dat Hij komt met Zijn engelen. Dit was zo expliciet niet genoemd in de belofte in Handelingen 1. Echter, hier in 1 Thessalonicenzen 4 is duidelijk dat Hij komt als er nog levende gelovigen op aarde zijn en en dat wij op dat moment van nederdalen eerst de ontslapenen in Christus opgewekt zullen worden. Deze twee groepen zullen samengevoegd worden en samen Hem tegemoet gaan.

Dit schiftgedeelte staat niet op zich. Er is nog een tekstgedeelte dat handelt over de opstanding van de ontslapenen in Christus in verband met Zijn komst:
de Statenvertaling online
1 Korinthe 15
22 Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.
23 Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.


Paulus schrijft hier dat "die van Christus zijn" zullen opstaan in Zijn toekomst! In 1 Thessalonicenzen 4:15 noemde Paulus al: "de toekomst des Heeren", als het moment tot wanneer wij hier levend overblijven. Het woord "toekomst" is het Griekse woord Parousia en betekent aanwezigheid. Dus wanneer Christus aanwezig is, zullen de ontslapenen in Christus opstaan.
1 Thessalonicenzen 4 legt het iets meer gedetailleerd uit, namelijk dat de opwekking van doden zal zijn op het moment dat Hij nederdaalt en dat er naast de opwekking van de gestorven gelovigen ook een groep gelovigen nog op aarde is. Over de groep die nog levend overblijft tot de komst van de Heere Jezus, schrijft Paulus een paar verzen verderop:

de Statenvertaling online
1 Korinthe 15
51 ¶ Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden
52 In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.
53 Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
54 En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning.
.

De groep gelovigen die nog leeft bij de komst van de Heere Jezus zal dus niet ontslapen, maar zal wel veranderd worden. Ze zullen net als de ontslapen die dan opgewekt worden een verheerlijkt lichaam ontvangen, dat gelijk is aan het lichaam van Christus. ( zie ook Fil 3:20-21 ).
Op dat moment doen alle gelovigen ontsterfelijkheid aan. Dat is een pracht van vertroosting. Dus ook dat is een verwachting die samenhangt met de wederkomst van onze Verlosser.

Wij blijven tot de toekomst des Heeren


Tot nu toe is duidelijk is dat onze verwachting is dat Christus zal nederdalen en dat hierbij ook onze verandering en opname zal plaatsvinden. Ook zullen we dan de ontslapenen in Christus weer zien en zullen we allen een verheerlijkt lichaam ontvangen. In 1 Thessalonicenzen 4:15 lezen we expliciet dat Paulus zegt dat wij hier levend overblijven tot de toekomst des Heeren. En door schrift met schrift te vergelijken, wordt dit bevestigd in 1 Korinthe 15, waar ook over deze opstanding gesproken wordt.
En er zijn nog meer teksten die spreken over de toekomst des Heeren, zoals Jakobus 5:7, waaruit we mogen concluderen dat wij hier blijven totdat de toekomst des Heeren aanbreekt. In 1 Korinthe 15:23 staan de woorden "Zijn toekomst", refererende naar "Christus" uit vers 22. Paulus spreekt dus over de opstanding van de gelovigen bij de toekomst van Christus. In 1 Thess 4:15 noemt Hij ditzelfde moment "de toekomst des Heeren". Want de Heere is dezelfde als de Christus. En dat dit zo is, blijkt uit het feit dat Paulus schrijft dat de Heere zal nederdalen van de Hemel. Dit terwijl in andere schriftgedeeltes juist gezegd wordt dat de Heere Jezus, de Zoon des Mensen, zal nederdalen.


Een ander belangrijk gedeelte, dat spreekt over de toekomst des Heeren, is Matthéüs 24 en daarbij wordt aangegeven wat er allemaal vooraf nog zal gebeuren. Het is bijna een geheel hoofdstuk van Matthéüs 24, waarbij de vraag: "wat is het teken van uw toekomst?" door de Heere zelf beantwoord wordt.

de Statenvertaling online
Matthéüs 24
1 ¶ En Jezus ging uit en vertrok van den tempel; en Zijn discipelen kwamen bij Hem, om Hem de gebouwen des tempels te tonen.
2 En Jezus zeide tot hen: Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik u: Hier zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.
3 En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld? .


De Heere Jezus legt uit dat de gebouwen van de tempel verwoest zullen worden en de discipelen vragen meteen: wanneer? En ze vragen om het teken van Zijn toekomst (aanwezigheid) en van voleinding van de wereld. De Heere Jezus geeft hierop een heel expliciet antwoord, waarin Hij uiteenzet wat er allemaal te gebeuren staat:

de Statenvertaling online
Matthéüs 24
4 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide.
5 Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden.
6 En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet.
7 Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentiën, en aardbevingen in verscheidene plaatsen.
8 Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten.
9 Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking, en zullen u doden, en gij zult gehaat worden van alle volken, om Mijns Naams wil.

10 En dan zullen er velen geërgerd worden, en zullen elkander overleveren, en elkander haten.
11 En vele valse profeten zullen opstaan, en zullen er velen verleiden.
12 En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden.
13 Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.
14 En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen. .


De Heere Jezus legt uit dat nog voor het einde er een tijd zal komen van verleiding, verdrukking en smarten. Het zal zijn ten tijde van het beginsel der smarten dat de verdrukking zal komen en dat wij, gelovigen, gedood zullen worden. Dit zal dus gebeuren in de tijd voordat Hij zal wederkomen. De Heere Jezus geeft daarbij nog een aantal belangrijke details aan waarop wij moeten letten:

de Statenvertaling online
Matthéüs 24

15 Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats; (die het leest, die merke daarop!)
16 Dat alsdan, die in Judéa zijn, vlieden op de bergen;
17 Die op het dak is, kome niet af, om iets uit zijn huis weg te nemen;
18 En die op den akker is, kere niet weder terug, om zijn klederen weg te nemen.
19 Maar wee den bevruchten, en den zogenden vrouwen in die dagen!
20 Doch bidt, dat uw vlucht niet geschiede des winters, noch op een sabbat.
21 Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal.
22 En zo die dagen niet verkort werden, geen vlees zou behouden worden; maar om der uitverkorenen wil zullen die dagen verkort worden.
23 Alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Ziet, hier is de Christus, of daar, gelooft het niet.
24 Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.
25 Ziet, Ik heb het u voorzegd!
26 Zo zij dan tot u zullen zeggen: Ziet, hij is in de woestijn; gaat niet uit; Ziet, hij is in de binnenkameren; gelooft het niet.
27 Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst van den Zoon des mensen wezen.
28 Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden. .


Een van de duidelijkste tekenen die wij zullen zien, is de verdrukking over Israel. Deze verdrukking over Judea zal komen voordat de toekomst van Christus zal aanbreken. Want als men zal zeggen dat Hij al aanwezig is, in die dagen, dan moeten wij dat niet geloven. En ook uit de vervolgverzen blijkt dat Zijn komst pas is in de dagen nadat deze verdrukking is afgelopen.

Hoe het met de gelovigen zal gaan die niet in Judea zijn, staat hier niet geschreven. Maar er staat juist geschreven dat de gelovigen juist in de dagen voor de grote verdrukking al gedood zullen worden. En de vermoorde apostelen Paulus, Petrus en de anderen zijn het sprekende voorbeeld dat de verdrukking in hun dagen al begonnen was. En dit is een vervulling van de woorden van de Heere Jezus die zei dat de wereld ons zou haten, omdat zij Hem gehaat hebben.

Vers 24 spreekt uit dat als het mogelijk ware dat ook de uitverkorenen verleid zouden worden door de tekenen van de valse christussen en de valse profeten. Dit zal zijn in de dagen voor de toekomst des Heeren, dus wij zijn hier nog aanwezig. De uitverkorenen worden niet verleid door deze tekenen, omdat zij gelovigen zijn. En die gelovige, die behoort tot de Gemeente, omdat die nog gebouwd wordt in deze dagen.

Israel zal zich pas bekeren als zij Hem zullen zien, Die zij doorstoken hebben. Dit zal pas zijn, wanneer de volheid van heidenen is ingegaan en de Verlosser uit Sion is gekomen (Romeinen 11:25-26) Dus Israel wordt hier niet bedoeld met de term "uitverkoren".

"Gaan wij dan door de grote verdrukking?" zullen velen zich afvragen. Echter, deze vraag wordt vaak gesteld door gelovigen die niet weten dat de grote verdrukking geheel iets anders is dan dan de "toorn van God". Want de "toorn van God" begint pas na de wederkomst en de verdrukking over Judea is juist in de dagen voor de wederkomt. De gelovige van deze bedeling zal dit meemaken, want in Matthéüs 24 legt de Heere Jezus uit dat deze grote verdrukking komt voordat Hij nederdaalt uit de Hemel:

de Statenvertaling online
Matthéüs 24

29 En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van den hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
30 En alsdan zal in den hemel verschijnen het teken van den Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen den Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.
31 En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve.


Dus nog voordat Christus zal nederdalen zal deze grote verdrukking al opgehouden zijn! Waardoor deze verdrukking stopt is niet duidelijk, maar na deze verdrukking verschijnen er hemeltekenen en daarna het teken van de Zoon des Mensen en daarna komt Hij op de wolken. Dit teken is een van de tekenen waar de discipelen om vroegen, namelijk het teken van Zijn toekomst. Dus de grote verdrukking komt in de dagen voor de toekomst des Heeren en het kan dan ook niet anders dan dat wij, die levend overgebleven zijn, dit mee gaan maken. Ook hier wordt vermeld dat bij de wederkomst de bazuin wordt geblazen en dat de uitverkorenen worden verzameld. Deze belangrijke gebeurtenissen kwamen we ook tegen in 1 Thessalonicenzen 4 en 1 Korinthe 15, namelijk dat Hij op de wolken zou komen, met Zijn engelen, dat de bazuin geblazen zou worden en dat wij verzameld zouden worden.

De uiteenzetting in Matthéüs is zeer uitgebreid, maar wordt door iedereen altijd wel als de backbone van de profetie gezien. Het hoofdstuk geeft wel duidelijk aan waarom wij de Heere verwachten, want door Zijn komst is er voor ons verlossing van het lijden hier op aarde. Of zoals hierboven geciteerd uit 2 Thessalonicenzen 1:7, wij die verdrukt worden, zullen dan verkwikt worden.

De dag des Heeren breekt aan bij de toekomst des Heeren

Paulus gaat in 1 Thessalonicenzen 5 verder met het spreken over de dag des Heeren en doet het voorkomen alsof de de toekomst des Heeren en dag des Heeren bij elkaar horen. Ditzelfde doet hij ook in 2 Thess 2, waar hij dezelfde gedachte als in Mattheus 24 beschrijft:

de Statenvertaling online
2 Thessalonicenzen 2

1 En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem,
2 Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande ware.
3 Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;
4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.
5 Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?


Paulus brengt in vers 1 wederom de toekomst des Heeren en onze toevergadering tot Hem weer bij elkaar, zoals in 1 Thessaloncinzen 4. En hij waarschuwt dat ze niet verschrikt moeten worden dat de dag van Christus dichtbij is. In de grondtekst staat niet "dag van Christus" in de oudste geschriften, maar "dag des Heeren". Volgens sommige leringen is dit een wezenlijk verschil, want men stelt dat de dag des Heeren 7 jaren later begint dan de dag van Christus. Want, er zijn schriftplaatsen die aangeven dat wij hier op aarde blijven tot de dag van Christus, namelijk:

de Statenvertaling online
Filippenzen 1

6 Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus;
......
10 Opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot den dag van Christus;


Dus Christus doet Zijn werk in ons, tot op Zijn dag en wij zouden zonder aanstoot zijn tot Zijn dag. Dus wij zijn hier tot op de dag van Christus, zoals ook de andere leringen concluderen. En men stelt daarbij de dag van Christus gelijk met de toekomst des Heeren. Maar dan stelt men dat de dag des Heeren niet hetzelfde is als de dag van Christus. Maar klopt dat wel? Wanneer men echter kijkt naar wat de term "dag van Christus" of "dag des Heeren" inhoudt, dan is het duidelijk dat het woord "dag" in dit verband net zoveel betekent als "oordeel". Dus het is het oordeel van Christus en het oordeel van de Heere. En tussen deze twee personen is geen onderscheid, want als de Heere komt om te oordelen, dan komt Christus om te oordelen.

Maar de leringen die het onderscheid maken stellen dat "Christus" genoemd wordt in verband met het oordeel over de Gemeente, en dat de term "Heere" (Kurios) genoemd wordt in verband met de wereld. Maar dit onderscheid is zo niet te maken, want Paulus schrijft aan de Korinthiers:

de Statenvertaling online
1 Korinthe

1:8 Welke God u ook zal bevestigen tot het einde toe, om onstraffelijk te zijn in den dag van onzen Heere Jezus Christus.
...
5:5 Denzulken over te geven aan den satan, tot verderf des vleses, opdat de geest behouden moge worden in den dag van den Heere Jezus.

Paulus gebruikt hier de namen: Heere, Jezus en Christus in verband met Zijn dag. Als Paulus een onderscheid hadden willen maken op grond van Naam, dan is hij hier niet echt concequent. Er is dus geen onderscheid te maken tussen de dag van Christus en de dag van de Heere. Als dat wel zo zou zijn, dan zou men dat ook mogen verwachten met de toekomst van de Heere en de toekomst van Christus. Namelijk dat de toekomst van Christus de komst is voor de Gemeente, en dat de toekomst des Heeren de komst is voor de wereld. Echter, wij, gelovigen van de Gemeente blijven hier tot de toekomst des Heeren (1 Thess 4:15) en ook tot de toekomst van Christus (1 Kor 15). Een onderscheid op grond van de Naam is ook onlogisch want voor ons is de Christus de Heere, zoals wij overal lezen.

De eerste conclusie die getrokken mag worden is dat de dag des Heeren gelijk is aan de dag van Christus. De tweede conclusie is dat als Christus zijn werk volbrengt in ons tot op de dag van Christus, dat dus de Gemeente hier dus blijft tot op de dag van Christus en dus tot de dag des Heeren. De derde conclusie is dat de dage des Heeren begint bij de toekomst des Heeren, want wij blijven hier levend over tot de toekomst des Heeren.

Zoals de Heere Jezus in Mattheus 24 uitlegt wat er gaat gebeuren voordat Hij komt, legt Paulus in 2 Thessalonicenzen 2 wat er gaat gebeuren voordat de dag des Heeren aanbreekt. Hij zet duidelijk uiteen wat er eerst zal gebeuren:
- Er komt eerst een afval (zie ook 1 Tim 4:1)
- De zoon van het verderfs wordt geopenbaard
- En deze persoon zal zich vertonen in de tempel
- Deze persoon zal zich voordoen als God
- Deze persoon zal wonderen en tekenen doen
- Deze persoon wordt teniet gedaan door de toekomst des Heeren (vs 8)
Uit vers 8 blijkt dus duidelijk dat de toekomst des Heeren later is dan de openbaring van de zoon van het verderf. Zowel in Mattheus 24 als hier in 2 Thessalonicenzen 2 wordt gesproken over wonderen en tekenen in de tijd voor de komst van de Heere Jezus. De overeenkomst tussen beide is treffend, ook in het feit dat de uitverkoren hierdoor niet verleid zullen worden. (vergelijk 2 Thess 2:9-12 met Mattheus 24:24).

Er zijn echter ook een paar lastige verzen in hoofdstuk 2 van de 2e thessalonicenzenbrief, waar al menig bijbelstudent mee geworsteld heeft:

de Statenvertaling online
2 Thessalonicenzen 2

6 En nu, vasthoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd.
7 Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu vasthoudt, die houdt hem vast totdat hij uit het midden zal worden.
8 En alsdan zal de wetteloze geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;
9 Hem, zeg ik, wiens toekomst is volgens de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;
10 En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.
11 En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven;
12 Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.


In deze teksten zijn vele schuingedrukte woorden die de Statenvertaling heeft bijgevoegd, weggelaten. Het woord wederhouden is vervangen door vasthouden, omdat dit elders ook zo vertaald wordt.

In vers 8 wordt nog eens beschreven dat de verschijning van de toekomst des Heeren er voor zorgt dat deze "zoon van het verderf" te niet gemaakt wordt. Dus het is overduidelijk dat de verschijning van de toekomst des Heeren later is dan de verschijning van deze zoon van het verderf. Paulus gebruikt hier ook het woord "toekomst" ook in verband met het openbaar worden van de zoon van het verderf (vs 9). Dit geeft nogmaals aan dat het woord toekomst gewoon "komst" of "aanwezigheid" betekent.

Maar wat staat hier nou eigenlijk? Er staat dat er een zoon des verderfs zal komen, die op zijn eigen tijd wordt geopenbaard.
Door wie of wat wordt hij vastgehouden? Ten eerste door de tijd, want hij wordt geopenbaard op zijn eigen tijd. En voor de rest zijn er geen parallelteksten die het vasthouden bevestigen. (aanwijzingen zijn altijd welkom!).
Waarin wordt hij vastgehouden? In de verborgenheid, zodat hij niet kan komen in de openbaarheid.
En op het moment dat hij uit het midden van de verborgenheid opkomt, dan wordt hij niet meer vastgehouden en dan is hij openbaar.

Er is een lering die stelt dat het de Gemeente is die de zoon van het verderf tegenhoudt, zodat deze niet kan komen.
Dit is echter een niet logische lering, want immers:
- De Gemeente blijft tot op de toekomst des Heeren en tot op de dag des Heeren en in dit hoofdstuk wordt van beide momenten gezegd dat de zoon van het verderf komt voor die toekomst en voor die dag.
- De satan wordt met geweld uit de Hemel geworpen (Openbaring 12:7 en verder) en dus zou het vreemd zijn dat hij nu tegengehouden zou worden. Als er krijg voor nodig is, om hem eruit te krijgen, dan is het logisch dat hij niet tegengehouden hoeft te worden door de Gemeente.
- Er is geen oorzakelijk verband aan te wijzen waarom de zoon des verderfs en de Gemeente niet tegelijk aanwezig zullen kunnen zijn.
- Als men Daniel 7 bestudeerd, dan blijkt uit vers 18, 22 en 25 dat degenen die het rijk ontvangen dezelfde zijn die door hem verstoort zullen worden. En dus zou het heel logisch zijn als hij tegelijk aanwezig is met hen die het koninkrijk zullen ontvangen (dat zij wij).

Dag des Heeren komt onverwacht

Uit het voorgaande is gebleken dat wij hier blijven tot dat moment dat de aanwezigheid van de Heere Jezus begint. En wanneer Hij dan nederdaalt, dan begint ook de dag des Heeren. Uit andere schriftgedeeltes blijk dat de toorn van God juist dan begint, wanneer de dag des Heeren aanbreekt. Daarom worden wij ook verlost van de toorn (1 Thessalonicenzen 1:10).)
Naast dat de toekomst des Heeren en de dag des Heeren overeenkomen op het punt dat wij het moment gaan meemaken, is er nog een treffende overeenkomst, namelijk dat beide de toekomst des Heeren en de dag des Heeren onverwacht komen:

de Statenvertaling online
1 Thessalonicenzen 5
1 Maar van de tijden en de gelegenheden, broeders! hebt gij niet van node, dat men u schrijve.
2 Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht.
3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;
4 Maar gij, broeders, gij zijt niet in duisternis, dat u die dag als een dief zou bevangen.
5 Gij zijt allen kinderen des lichts, en kinderen des daags; wij zijn niet des nachts, noch der duisternis.
6 Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn.
7 Want die slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn, zijn des nachts dronken;
8 Maar wij, die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm, de hoop der zaligheid.
9 Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onzen Heere Jezus Christus,


Deze geciteerde verzen zijn een direct vervolg op de eerder geciteerde verzen uit hoofdstuk 4 en de hoofdstuk indeling is wat ongelukkig, want Paulus gaat nog steeds verder over hetzelfde onderwerp, zoals ook al eerder aangetoond. In vers 9 noemt hij de toorn, waartoe wij niet gesteld zijn, want wij zijn gesteld tot het verkrijgen van de zaligheid! En deze toorn wordt dus genoemd in verband met de dag des Heeren. verlost worden van deze toorn, doordat wij van de aarde weggenomen zullen worden. De dag des Heeren breekt aan bij de komst van Christus Wij zullen dan met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Wat een zaligheid, alles ter ere van Hem die het volbracht heeft.

Vers 2 geeft duidelijk aan dat de dag des Heeren komt als dief in de nacht en vers 3 geeft daarbij een onderbouwing, namelijk dat er vrede zal zijn en geen gevaar. Maar juist op dat moment zal het gebeuren. Er zijn leringen die vers 3 toepassen op de 70e week van Daniel, maar dat klopt niet, want de dag des Heeren begint na de hemeltekenen volgens Joel 2:31) (zonsverduistering etc.) en de verdrukking (2e helft van de 70e week) is al afgelopen voordat deze tekenen komen volgens Mattheus 24:29

De dag des Heeren komt als een "als een dief" en deze vergelijking komen we vaker in verband met de dag des Heeren (2 Petrus 3:10) , maar ook in verband met Zijn komst:

de Statenvertaling online
Openbaring
3:3 Gedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het, en bekeer u. Indien gij dan niet waakt, zo zal Ik over u komen als een dief, en gij zult niet weten, op wat ure Ik over u komen zal.

16:15 Ziet, Ik kom als een dief. Zalig is hij, die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele, en men zijn schaamte niet zie.


Beide teksten spreken dezelfde gedachte uit als 1 Thessalonicenzen 5 , namelijk dat wij moeten waken en dat als wij dat doen, dan zal Hij voor ons niet komen als een dief in de nacht. Echter, de groep die niet waakt, is in de duisternis en voor die groep komt Zijn dag (oordeel) als een dief in de nacht. Want de dag zal komen wanneer zij, die in het duister zijn, zullen zeggen dat het is vrede, vrede is en geen gevaar. En ditzelfde staat ook geschreven in Matthéüs 24, waar gesproken wordt over de toekomst des Heeren:

de Statenvertaling online
Matthéüs 24
37 En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.
38 Want gelijk zij waren in de dagen voor den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging;
39 En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen.


De dagen waarin de toekomst van des Heeren zal aanbreken, is het dus als in de dagen van Noach. Men viert feest en leeft alsof er niks te gebeuren staat. En dan, plots komt de Heere Jezus. En in Lukas 17:26-30 komt deze gedachte nogmaals naar voren en staat geschreven dat de Heere Jezus zich zal openbaren in die dagen dat het gelijk is aan die van Lot. Zijn toekomst en dag komen dus beide in dagen dat men juist denkt dat het vrede is en geen gevaar.


Ter volledigheid wordt hierbij een soort van schema gegeven, van welke gedeeltes elkaar overlappen en wat juist na elkaar volgt:
Home van Bijbeluitleg

Zijn verschijning

In verband met de wederkomst van Christus hebben we de term 'toekomst des Heeren' meermalen gelezen, maar er zijn ook andere teksten die spreken over zijn komst en die spreken over "Zijn openbaring", welke ook al genoemd zijn in het bovenstaande. Andere teksten gebruiken de term "verschijnen" (epi’phaneia,), zoals in 2 Thessalonicenzen 2:8 En ook uit deze teksten komt dezelfde gedachte naar voren, namelijk dat wij hier blijven totdat Hij zal verschijnen.

de Statenvertaling online
1 Timotheüs 6:14
Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus;

Titus 2:13
Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;


Wij worden dus opgeroepen "het gebod" te houden tot op de verschijning van onze Heere Jezus Christus. Deze oproep kan enkel nut hebben als wij dan ook ook die verschijning gaan meemaken. Wij verwachten dan ook verschijning van de heerlijkheid en daarover zijn vele schriftplaatsen te vinden. En wij zullen dan niet enkel Hem in heerlijkheid zien, maar wij zullen zelf ook een verheerlijkt lichaam ontvangen (Fil 3:20-21; 1 Kor 15:51-52) en wij zullen Hem gelijk zijn, want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is (1 Johannes 3:2)

Tot slot

Wij kijken uit naar de dag van Zijn komst, en die dag is voor ons een dag om ons in te verheugen, want op die dag zullen wij Hem zien. En niet alleen Hem, maar ook allen die in Christus ontslapen zijn, zullen we dan weerzien. Echter, totdat die dag aanbreekt, worden we opgeroepen om te waken. En om dat waken heel praktisch te doen, wijst Paulus op de wapenrusting (1 Thes 5:8; Efeze 6:10-18), die wij zouden aandoen. En de Heere Jezus wijst op allerlei tekenen die vooraf zullen gaan aan Zijn komst, zodat wij weten wanneer Zijn dag nabij is.

Er is zoveel meer te schrijven over de wederkomst en in het bijzonder over de dag des Heeren, waarin het oordeel van God over deze schepping komt. Maar elke gelovige wordt opgeroepen in de Bijbel om deze te onderzoeken. En zo ook aangaande deze uiteenzetting. Het gaat niet om de leer, maar het gaat erom dat het bevestigt wordt in hetgeen geschreven is in Zijn Woord. Als het niet overeenstemt, dan is deze uiteenzetting niks waard en zou de leerstelling die hierin verkondigt wordt, losgelaten moeten worden.

Onderzoekt de schriften of deze dingen alzo zijn!